Art. 19 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd, Algemene bescherming der bevolkingen tegen bepaalde gevolgen van de oorlog
Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
De bescherming waarop burgerziekeninrichtingen recht hebben, zal niet eindigen, tenzij daarvan, buiten haar menslievende taak, gebruik wordt gemaakt voor het plegen van voor de vijand schadelijke handelingen. De bescherming zal echter eerst eindigen na een sommatie waarbij, in alle daarvoor in aanmerking komende gevallen, een redelijke termijn is gesteld en waaraan geen gevolg is gegeven.
Het feit, dat zieke of gewonde leden van de gewapende macht in deze inrichtingen worden verpleegd, of dat daarin aan deze strijders ontnomen draagbare wapens en munitie welke nog niet aan de bevoegde tak van dienst zijn afgeleverd, aanwezig zijn, zal niet worden beschouwd als een voor de vijand schadelijke handeling.
Vorige artikelen
- Artikel 14 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 15 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 16 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 17 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 18 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
Volgende artikelen
- Artikel 20 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 21 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 22 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 23 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd
- Artikel 24 Verdrag van Genève betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd