Art. 40 Verdrag van Chicago, Geldigheid van bewijzen van luchtwaardigheid en van bevoegdheid voorzien van aantekeningen
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago)
Luchtvaartuigen of personeel, op de bewijzen waarvan zodanige aantekeningen zijn gesteld, mogen niet aan de internationale luchtvaart deelnemen, tenzij met vergunning van de Staat over wiens grondgebied gevlogen wordt. De inschrijving of het gebruik van zodanige luchtvaartuigen of van een onderdeel, waarvoor een bewijs is afgegeven in een andere Staat dan die waarin oorspronkelijk het bewijs werd uitgereikt, staat ter beoordeling van de Staat waarin het luchtvaartuig of het onderdeel wordt ingevoerd.