Art. 3 Verdrag van Chicago, Burgerluchtvaartuigen en staatsluchtvaartuigen
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago)
(a). Dit Verdrag is uitsluitend van toepassing op burgerluchtvaartuigen, niet op staatsluchtvaartuigen.
(b). Luchtvaartuigen, in gebruik voor militaire diensten, douane en politiediensten worden geacht staatsluchtvaartuigen te zijn.
(c). Geen staatsluchtvaartuig van een Verdragsluitende Staat mag over het grondgebied van een andere Staat vliegen of daarop landen, anders dan met vergunning krachtens een speciale regeling of anderszins en overeenkomstig de bepalingen daarvan.
(d). De Verdragsluitende Staten verbinden zich bij het uitvaardigen van voorschriften voor hun staatsluchtvaartuigen de veiligheid van het verkeer met burgerluchtvaartuigen in het oog te zullen houden.
Vorige artikelen
Volgende artikelen
- Artikel 3 bis Verdrag van Chicago
- Artikel 4 Verdrag van Chicago
- Artikel 5 Verdrag van Chicago
- Artikel 6 Verdrag van Chicago
- Artikel 7 Verdrag van Chicago