Art. 29 Verdrag van Chicago, In luchtvaartuigen mede te voeren bescheiden
Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Verdrag van Chicago)
In ieder luchtvaartuig van een Verdragsluitende Staat gebruikt in de internationale luchtvaart moeten, in overeenstemming met de in dit Verdrag gestelde voorwaarden, de volgende bescheiden worden medegevoerd:
(a) het bewijs van inschrijving;
(b) het bewijs van luchtwaardigheid;
(c) de vereiste bewijzen van bevoegdheid voor elk lid van de bemanning;
(d) het journaal;
(e) indien het is voorzien van een radio-installatie, de daarvoor vereiste vergunning;
(f) indien het passagiers vervoert, een lijst van hun namen en de plaatsen van vertrek en van bestemming;
(g) indien het lading vervoert, een manifest en een gespecificeerde verklaring omtrent de lading.