Art. 11 Verdrag betreffende bewijzen van bekwaamheid als volmatroos

Verdrag betreffende bewijzen van bekwaamheid als volmatroos

1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke wijziging van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:

a. de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure medebrengen onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag, niettegenstaande het bepaalde in artikel 7 voornoemd, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden;

b. van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht is geworden, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.

2. Het onderhavige Verdrag zal echter van kracht blijven naar vorm en inhoud voor die Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen