Art. 12 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone, Begrenzing van de territoriale zee
Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
1. In gevallen waarin de kusten van twee staten tegenover elkaar zijn gelegen of aan elkaar grenzen, is, indien er geen overeenkomst tussen hen bestaat waarin anders wordt bepaald, geen van beide staten gerechtigd zijn territoriale zee uit te strekken tot voorbij de middellijn waarvan elk punt even ver is verwijderd van de dichtstbijgelegen punten van de basislijnen vanwaar de breedte van de territoriale zee van elk der twee staten wordt gemeten. De bepalingen van dit lid zijn echter niet van toepassing in gevallen, waarin het op grond van een historische titel of van andere bijzondere omstandigheden noodzakelijk is de territoriale zeeën van de twee staten af te bakenen op een wijze welke afwijkt van deze bepaling.
2. De afbakeningslijn tussen de territoriale zeeën van twee staten die tegenover elkaar zijn gelegen of aan elkaar grenzen, dient te worden aangegeven op officieel door de kuststaten erkende, op grote schaal uitgevoerde zeekaarten.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 7 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 8 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 9 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 10 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 11 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
Volgende artikelen
- Artikel 13 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 14 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 15 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 16 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone
- Artikel 17 Verdrag inzake de territoriale zee en de aansluitende zone