Art. 2 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa, RECHTBANKEN, EIGENDOMMEN, BEZITTINGEN, WERKZAAMHEDEN
Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
Iedere bevoegde rechtbank van een Lid van het Fonds of van een Staat op het grondgebied waarvan het Fonds leningen heeft aangegaan of gewaarborgd, mag rechtsgedingen behandelen waarin het Fonds gedaagde is.
Echter:
(i) Bij een zodanige rechtbank kan geen geding tegen het Fonds aanhangig worden gemaakt door een Lid, of door personen die handelen uit naam van een Lid of aan wie door een Lid vorderingen zijn overgedragen, en evenmin door het Fonds tegen een Lid of bovengenoemde personen;
(ii) Geschillen voortvloeiend uit een lening- of waarborgovereenkomst door het Fonds gesloten met een Lid of met andere door dat Lid goedgekeurde leningnemers, worden geregeld volgens de procedure vastgelegd in die overeenkomst. Geschillen voortvloeiende uit een door het Fonds ondertekende lening- of waarborgovereenkomst, worden geregeld door middel van een scheidsrechterlijke procedure krachtens regelingen aangegeven in de leningsvoorwaarden opgesteld ingevolge artikel X, eerste lid, letter (d), van het Statuut van het Fonds.
Verwijst naar
Vorige artikelen
Volgende artikelen
- Artikel 3 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 4 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 5 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 6 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa
- Artikel 7 Derde Aanvullend Protocol bij het Algemeen Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Raad van Europa