Art. 4 Cotonou, Financiële middelen

Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds (Cotonou)

1. De bepalingen van deze Overeenkomst betreffende de samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering zijn niet van toepassing op Zuid-Afrika.

2. In afwijking van dit beginsel heeft Zuid-Afrika evenwel het recht met inachtneming van de beginselen van wederkerigheid en evenredigheid deel te nemen aan de ACS-EG-samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering op de gebieden vermeld in artikel 8 van dit protocol, met dien verstande dat de deelname van Zuid-Afrika wordt gefinancierd uit de middelen waarin wordt voorzien onder Titel VII van de TDCA. Voor zover TDCA-middelen worden aangewend voor het deelnemen aan maatregelen in het kader van de ACS-EG-samenwerking inzake ontwikkelingsfinanciering heeft Zuid-Afrika het recht volwaardig deel te nemen aan de besluitvormingsprocedures betreffende de tenuitvoerlegging van bedoelde steunmaatregelen.

3. Zuid-Afrikaanse natuurlijke personen en rechtspersonen komen in aanmerking voor het toegewezen krijgen van contracten welke worden gefinancierd uit de middelen waarin deze Overeenkomst voorziet. Met betrekking daartoe worden aan Zuid-Afrikaanse natuurlijke personen en rechtspersonen echter niet dezelfde preferenties verleend als aan natuurlijke personen en rechtspersonen van de ACS-Staten.

4. Ten aanzien van de financiering van investeringen, zoals bedoeld in bijlage II, hoofdstuk 1, bij deze Overeenkomst, komen in Zuid-Afrika gevestigde investeringsfondsen en financiële en niet-financiële tussenpersonen in aanmerking.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen