Art. 3 Cotonou, Aanvullende regels inzake overleg op grond van artikel 96 van de Overeenkomst

Partnerschapsovereenkomst tussen de leden van de groep van Staten in Afrika, het Caribisch Gebied en de Stille Oceaan, enerzijds, en de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, anderzijds (Cotonou)

1. De partijen streven naar het bevorderen van een gelijk niveau van vertegenwoordiging bij het overleg op grond van artikel 96 van de Overeenkomst.

2. De partijen zien toe op transparante interactie voor, tijdens en na het formele overleg, daarbij rekening houdende met de specifieke ijkpunten en doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, van deze bijlage.

3. De partijen benutten de periode van dertig dagen vóór de aanvang van het overleg, waarin is voorzien in artikel 96, lid 3, van de Overeenkomst, om zich op dit overleg terdege voor te bereiden en om nader overleg te plegen binnen de ACS-groep en tussen de Gemeenschap en haar lidstaten. Tijdens het overleg dienen de partijen flexibele tijdschema’s overeen te komen, waarbij zij erkennen dat in bijzonder dringende gevallen, zoals gedefinieerd in artikel 96, lid 3, onder b, van de Overeenkomst en in artikel 1, lid 4, van deze bijlage, onmiddellijk optreden noodzakelijk kan zijn.

4. De partijen erkennen de rol van de ACS-groep in de politieke dialoog op basis van modaliteiten die de ACS-groep vaststelt en aan de Europese Gemeenschap en haar lidstaten meedeelt. Het ACS-secretariaat en de Europese Commissie wisselen alle nodige informatie uit over de politieke dialoog die voor, tijdens en na het overleg op grond van de artikelen 96 en 97 van deze Overeenkomst wordt gevoerd.

5. De partijen erkennen de noodzaak van gestructureerd en voortdurend overleg overeenkomstig artikel 96 van de Overeenkomst. De Raad van Ministers kan hiertoe nadere modaliteiten vaststellen.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen