Art. 8 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
1. Een staat die een bijzonder belang heeft bij de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee in een gebied van de volle zee dat niet aan zijn kust grenst, heeft, zelfs als zijn onderdanen in dat gebied geen visserij uitoefenen, het recht de staat of de staten waarvan de onderdanen de visserij daar uitoefenen, te verzoeken de nodige maatregelen voor instandhouding op grond van de artikelen 3 en 4 te nemen, waarbij hij tegelijkertijd de wetenschappelijke gronden waarop het volgens hem nodig is de bedoelde maatregelen te nemen, en het bijzondere belang dat hij daarbij heeft, dient te vermelden.
2. Indien binnen twaalf maanden geen overeenstemming wordt bereikt, kan de betreffende staat overgaan tot de procedure bedoeld in artikel 9.
Vorige artikelen
- Artikel 3 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 4 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 5 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 6 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 7 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
Volgende artikelen
- Artikel 9 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 10 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 11 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 12 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 13 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee