Art. 19 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
1. Iedere staat kan ten tijde van de ondertekening, bekrachtiging of toetreding voorbehouden maken ten aanzien van de artikelen van het Verdrag, met uitzondering van de artikelen 6, 7, 9, 10, 11 en 12.
2. Iedere verdragsluitende staat die een voorbehoud maakt ingevolge het voorgaande lid, kan te allen tijde het voorbehoud intrekken door een mededeling daartoe, gericht tot de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Vorige artikelen
- Artikel 14 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 15 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 16 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 17 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 18 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
Volgende artikelen
- Artikel 20 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 21 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee
- Artikel 22 Verdrag inzake de visserij en de instandhouding van de levende rijkdommen van de volle zee