Art. 13 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
1. Indien de Conferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:
a) de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijk opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 9, zodra het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) met ingang van de datum, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
2. Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Vorige artikelen
- Artikel 8 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
- Artikel 9 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
- Artikel 10 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
- Artikel 11 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep
- Artikel 12 Verdrag betreffende discriminatie in arbeid en beroep