Art. 6 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
1. Alle personen op wie dit Verdrag van toepassing is hebben - tenzij in de volgende artikelen anders is bepaald - recht op een ononderbroken wekelijkse rusttijd van niet minder dan 24 uur in de loop van ieder tijdvak van zeven dagen.
2. De wekelijkse rusttijd wordt, indien enigszins mogelijk, aan alle betrokkenen in een zelfde bedrijf tegelijkertijd gegeven.
3. De wekelijkse rusttijd valt, indien enigszins mogelijk, samen met de dag van de week die volgens de tradities of de gebruiken van het betrokken land of de betrokken streek als rustdag is erkend.
4. De tradities en gebruiken van religieuze minderheden worden voor zover mogelijk gerespecteerd.
Vorige artikelen
- Artikel 1 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 2 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 3 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 4 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 5 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
Volgende artikelen
- Artikel 7 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 8 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 9 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 10 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 11 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren