Art. 20 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag zou aannemen, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag en indien in het nieuwe Verdrag niet anders wordt bepaald:
a) heeft de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijk opzegging van het onderhavige Verdrag tot gevolg, niettegenstaande het in artikel 16 bepaalde, indien en zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden;
b) kan met ingang van de dag waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking treedt, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden worden bekrachtigd.
2. Het onderhavige Verdrag blijft in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht ten aanzien van de Leden die het hebben bekrachtigd, doch het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Vorige artikelen
- Artikel 15 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 16 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 17 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 18 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren
- Artikel 19 Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag in de handel en op kantoren