Art. 20 Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

Verdrag betreffende betaalde vakantie in de landbouw

1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:

a. de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 16, indien en zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, van kracht geworden zal zijn;

b. met ingang van de datum, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, van kracht wordt, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.

2. Het onderhavige Verdrag zal echter in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht blijven voor die Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen