Art. 14 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
1. Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, dan zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt:
a. de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijk opzegging van het onderhavige Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 10, indien en zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking getreden zal zijn;
b. met ingang van de datum, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking treedt, het onderhavige Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
2. Het onderhavige Verdrag zal echter in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht blijven voor die Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
Vorige artikelen
- Artikel 9 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
- Artikel 10 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
- Artikel 11 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
- Artikel 12 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw
- Artikel 13 Verdrag betreffende methoden tot vaststelling van minimum-lonen in de landbouw