Art. 59 PCT, De bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (PCT)

59.1. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, a

a. Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, a, dient elk ontvangend bureau van, of dat optreedt voor, een Verdragsluitende Staat die is gebonden door de bepalingen van Hoofdstuk II, overeenkomstig de van toepassing zijnde overeenkomst bedoeld in artikel 32, tweede en derde lid, het Internationale Bureau mede te delen welke Instantie(s) voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is (zijn) voor de internationale voorlopige beoordeling van internationale aanvragen die bij dat bureau zijn ingediend. Het Internationale Bureau maakt deze inlichtingen onverwijld bekend. Wanneer meer dan één Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd is, zijn de bepalingen van Regel 35.2 van overeenkomstige toepassing.

b. Wanneer de internationale aanvrage werd ingediend bij het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii, is Regel 35.3 a en b, van overeenkomstige toepassing. Het in paragraaf a van de onderhavige Regel bepaalde is niet van toepassing op het Internationale Bureau dat fungeert als ontvangend bureau ingevolge Regel 19.1 a iii.

59.2. Verzoeken ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b) Met betrekking tot verzoeken gedaan ingevolge artikel 31, tweede lid, onder b), geeft de Algemene Vergadering, bij het aanwijzen van de Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die bevoegd is voor internationale aanvragen ingediend bij een nationaal bureau dat een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, de voorkeur aan die Instantie; indien het nationale bureau geen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, dient de Algemene Vergadering de voorkeur te geven aan de door dat bureau aanbevolen Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling.

59.3. Toezending van een verzoek aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling

a. Indien het verzoek wordt ingediend bij een ontvangend bureau, een Instantie voor Internationaal Nieuwheidsonderzoek, of een Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling die niet bevoegd is voor de internationale voorlopige beoordeling van de desbetreffende internationale aanvrage, zal dat bureau of die Instantie de datum van ontvangst op het verzoek vermelden en het, tenzij het besluit over te gaan tot de handelingen ingevolge paragraaf f, zo spoedig mogelijk aan het Internationaal Bureau toezenden.

b. Indien het verzoek wordt ingediend bij het Internationaal Bureau, vermeldt het Internationaal Bureau de datum van ontvangst op het verzoek.

c. Wanneer het verzoek aan het Internationaal Bureau wordt toegezonden ingevolge paragraaf a of bij dit Bureau wordt ingediend ingevolge paragraaf b, zal het Internationaal Bureau onverwijld:

i. indien er slechts één bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling is, het verzoek aan die Instantie toezenden en de aanvrager daarvan op de hoogte brengen, of

ii. indien twee of meer Instanties voor de Internationale Voorlopige Beoordeling bevoegd zijn, de aanvrager uitnodigen binnen de ingevolge Regel 54bis. 1 a toepasselijke termijn of 15 dagen na de datum van de uitnodiging, naargelang van welke datum het laatst is, aan te geven aan welke bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling het verzoek moet worden toegezonden.

d. Wanneer een vermelding als vereist ingevolge paragraaf c ii wordt verstrekt, zendt het Internationaal Bureau het verzoek zo spoedig mogelijk aan de door de aanvrager aangewezen bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling. Wanneer deze vermelding niet wordt verstrekt, wordt het verzoek beschouwd als niet ingediend en zal het Internationaal Bureau dit bekendmaken.

e. Wanneer het verzoek ingevolge paragraaf c wordt toegezonden aan een bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling, wordt het beschouwd als ontvangen namens die Instantie op de ingevolge paragraaf a dan wel b erop vermelde datum, en wordt het aldus toegezonden verzoek beschouwd als op die datum door die Instantie ontvangen.

f. Wanneer een bureau of Instantie waarbij het verzoek ingevolge paragraaf a is ingediend besluit dat verzoek rechtstreeks aan de bevoegde Instantie voor de Internationale Voorlopige Beoordeling toe te zenden, zijn de paragrafen c tot en met e van overeenkomstige toepassing.

Vorige artikelen

Volgende artikelen