Art. 36 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte, Slotbepalingen
Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 75 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen), 1952, houdt deel III van dat verdrag en de overeenkomstige bepalingen van de andere delen van genoemd verdrag op van toepassing te zijn voor ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt van de datum af, waarop de bepalingen van dit Verdrag dit Lid binden, mits geen verklaring, ingevolge artikel 3, van kracht is,
2. De aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag zal voor de toepassing van artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid (minimumnormen), 1952, worden beschouwd, mits geen verklaring ingevolge artikel 3 van kracht is, als aanvaarding van de verplichtingen van deel III en de overeenkomstige bepalingen van andere delen van genoemd Verdrag.
Verwijst naar
Vorige artikelen
- Artikel 31 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 32 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 33 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 34 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 35 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
Volgende artikelen
- Artikel 37 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 38 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 39 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 40 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte
- Artikel 41 Verdrag betreffende geneeskundige verzorging en uitkeringen bij ziekte