Art. 16 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme, Niet-toepasselijkheid van het Verdrag
Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Dit Verdrag is niet van toepassing indien een van de in de artikelen 5 tot en met 7 en 9 omschreven strafbare feiten is gepleegd binnen één Staat, de vermoedelijke dader een onderdaan is van die Staat en zich bevindt op het grondgebied van die Staat en geen andere Staat een grond heeft krachtens artikel 14, eerste of tweede lid van dit Verdrag, tot uitoefening van rechtsmacht, met dien verstande dat de bepalingen van artikel 17 en de artikelen 20 tot en met 22 van dit Verdrag, voorzover deze zich daartoe lenen, in dergelijke gevallen van toepassing zijn.
Vorige artikelen
- Artikel 11 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 12 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 13 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 14 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 15 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
Volgende artikelen
- Artikel 17 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 18 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 19 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 20 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme
- Artikel 21 Verdrag van de Raad van Europa ter voorkoming van terrorisme