Art. 3 Verdrag inzake de visserij

Verdrag inzake de visserij

Indien de aanwijzing van de leden van het College van Scheidsrechters niet binnen een termijn van een maand te rekenen van de datum waarop voor het eerst om arbitrage werd verzocht, is geschied, wordt de taak van het doen van de noodzakelijke aanwijzingen opgedragen aan de President van het Internationale Gerechtshof. Indien deze de nationaliteit van een van de partijen bij het geschil bezit, dan wordt deze taak aan de Vice-President van het Hof opgedragen of aan de in anciënniteit oudste rechter van het Hof die niet de nationaliteit van de partijen bezit.

Vorige artikelen

Volgende artikelen