Art. 11 Verdrag inzake de visserij
Verdrag inzake de visserij
1. In geval het geschil gegrond is op vermoedelijke schade aan particuliere belangen die, volgens het nationale recht van een der partijen, binnen de bevoegdheid valt van haar rechterlijke of bestuurlijke autoriteiten, kan de desbetreffende partij er bezwaar tegen maken dat het geschil ter regeling wordt voorgelegd door middel van de in deze Bijlage aangegeven procedure voordat door de bevoegde autoriteit binnen een redelijke termijn een definitieve beslissing is genomen.
2. Indien in de betrokken Staat een definitieve beslissing is genomen, zal het niet meer mogelijk zijn van de in deze Bijlage aangegeven procedure gebruik te maken na afloop van een termijn van vijf jaar te rekenen van de datum van bovengenoemde uitspraak af.