Art. 13 Overeenkomst inzake de administratieve en strafrechtelijke samenwerking op het gebied van de regelingen die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Benelux Economische Unie, - Beslissingen inzake intrekking

Overeenkomst inzake de administratieve en strafrechtelijke samenwerking op het gebied van de regelingen die verband houden met de verwezenlijking van de doelstellingen van de Benelux Economische Unie

1. De gemotiveerde adviezen, de voorlopige rechterlijke beslissingen en de administratieve beslissingen kunnen betrekking hebben op gehele of gedeeltelijke intrekking van de mogelijkheid tot het verrichten van vervoer.

2. Deze adviezen en beslissingen kunnen betrekking hebben op de intrekking van de mogelijkheid tot het verrichten van vervoer tussen de drie landen, tussen één der drie landen en derde landen, alsmede in een ander land dan dat waar de vervoerder gevestigd is, één en ander voor zover de vervoerders der drie landen overeenkomstig de bepalingen van het Unieverdrag gerechtigd zijn aan zodanig vervoer deel te nemen. Het Comité van Ministers kan tevens bepalen, dat de intrekking zich kan uitstrekken tot de mogelijkheid tot het verrichten van ander vervoer, na toepassing van de artikelen 85, 86, eerste lid, en 87, eerste lid, van genoemd Verdrag.

3.

a) De intrekking, waartoe is besloten overeenkomstig het advies, bedoeld in artikel 9, a), blijft geldig tot de dag, waarop de controle heeft plaatsgehad en uiterlijk tot de vijfde dag na die, waarop de vervoerder aan de bevoegde Minister mededeelt zich aan bedoelde controle te willen onderwerpen. De Minister of zijn gevolmachtigde heft de maatregel tot intrekking op, indien m.b.t. de weigering van de vervoerder zich aan de controle te onderwerpen een rechterlijke uitspraak is gedaan welke kracht van gewijsde heeft verkregen. De beslissing vervalt vier weken nadat zij uitvoerbaar is geworden, voor zover zij niet eerder ongeldig is geworden op grond van het in dit lid bepaalde; de duur van reeds in de zaak geëffectueerde intrekkingen wordt op deze termijn in mindering gebracht.

b) Het in artikel 9, b), bedoelde gemotiveerde advies alsmede de intrekking, waartoe overeenkomstig dat advies is besloten, kunnen betrekking hebben op een tijdvak van acht dagen tot zes maanden; de duur van reeds in de zaak geëffectueerde intrekkingen wordt op deze termijn in mindering gebracht.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen