Art. 12 Verdrag tot beperking der staatloosheid
Verdrag tot beperking der staatloosheid
1. Ten aanzien van een Verdragsluitende Staat die niet overeenkomstig de bepalingen van het eerste lid van artikel 1 of die van artikel 4 van dit Verdrag zijn nationaliteit van rechtswege bij de geboorte verleent, zijn de bepalingen van het eerste lid van artikel 1 of die van artikel 4 van toepassing zowel op personen die geboren zijn vóór, als op personen die geboren zijn na de inwerkingtreding van dit Verdrag.
2. De bepalingen van het vierde lid van artikel 1 van dit Verdrag zijn van toepassing zowel op personen die geboren zijn vóór, als op personen die geboren zijn na de inwerkingtreding daarvan.
3. De bepalingen van artikel 2 van dit Verdrag zijn uitsluitend van toepassing op kinderen gevonden op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat na het in werking treden van het Verdrag.