Art. 8 Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I), Elektronische identificatie

Aanvullend Protocol bij de Verdragen van Genève van 12 augustus 1949, betreffende de bescherming van de slachtoffers van internationale gewapende conflicten (Protocol I)

1. Het radar-bewakingssysteem met behulp van herkenningsbakens (SSR-systeem), als omschreven in Bijlage 10 bij het Verdrag van Chicago inzake de internationale burgerluchtvaart van 7 december 1944, zoals dat periodiek is gewijzigd, kan worden gebruikt om een medisch luchtvaartuig te identificeren en de vlucht daarvan te volgen. De wijze van gebruik en de codes die moeten worden voorbehouden voor het uitsluitende gebruik door medische luchtvaartuigen dienen te worden vastgesteld door de Hoge Verdragsluitende Partijen, de partijen bij een conflict of één van de partijen bij een conflict, in onderlinge overeenstemming of ieder afzonderlijk, overeenkomstig een door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie aan te bevelen procedure.

2. De partijen bij een conflict kunnen in een bijzondere overeenkomst voor onderling gebruik een soortgelijk elektronisch systeem voor de identificatie van medische voertuigen en van medische schepen en vaartuigen vaststellen.

Vorige artikelen

Volgende artikelen