Art. 1 WCT-Verdrag, Verhouding tot de Berner Conventie
Verdrag van de Wereldorganisatie voor de intellectuele eigendom inzake auteursrecht (WCT) (1996) (WCT-Verdrag)
1. Dit Verdrag is een bijzondere schikking in de zin van artikel 20 van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst ten aanzien van de Verdragsluitende Partijen die landen zijn van de Unie welke bij die Conventie is opgericht. Dit Verdrag staat niet in verband met andere verdragen dan de Berner Conventie en doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen krachtens andere verdragen.
2. Niets in dit Verdrag houdt een afwijking in van de bestaande verplichtingen die de Verdragsluitende Partijen met elkaar zijn aangegaan krachtens de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst.
3. Hierna wordt onder „Berner Conventie” verstaan de Akte van Parijs van 24 juli 1971 van de Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst.
4. De Verdragsluitende Partijen dienen te voldoen aan de artikelen 1 tot en met 21 en het Aanhangsel van de Berner Conventie.
Verwijst naar
- Artikel 20 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971
- Artikel 1 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971