Art. 34 Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971

Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967 en te Parijs op 24 juli 1971

1). Behoudens het bepaalde in artikel 29bis kan een land na de inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 21 en van het Aanhangsel niet meer toetreden tot voorgaande Akten van deze Conventie of deze bekrachtigen.

2). Na de inwerkingtreding van de artikelen 1 tot en met 21 en van het Aanhangsel kan een land niet meer een een verklaring afleggen krachtens artikel 5 van het Protocol betreffende de ontwikkelingslanden gehecht aan de Akte van Stockholm.

Vorige artikelen

Volgende artikelen