Art. XV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap, Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten

Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap

Behalve de voorrechten en immuniteiten genoemd in artikel XVI geniet de Directeur-Generaal van het Agentschap en, wanneer zich een vacature voordoet, de persoon die is benoemd om deze functie waar te nemen, dezelfde voorrechten en immuniteiten als die waarop diplomatieke ambtenaren van vergelijkbare rang aanspraak kunnen maken.

Artikelen die hiernaar verwijzen

Vorige artikelen

Volgende artikelen