Art. XV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap, Rechtspositie, voorrechten en immuniteiten
Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Behalve de voorrechten en immuniteiten genoemd in artikel XVI geniet de Directeur-Generaal van het Agentschap en, wanneer zich een vacature voordoet, de persoon die is benoemd om deze functie waar te nemen, dezelfde voorrechten en immuniteiten als die waarop diplomatieke ambtenaren van vergelijkbare rang aanspraak kunnen maken.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel X Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XI Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XII Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XIII Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XIV Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
Volgende artikelen
- Artikel XVI Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XVII Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XVIII Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XIX Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap
- Artikel XX Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap