Art. XVII IPPC, Bekrachtiging en toetreding

Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (IPPC)

1. Dit Verdrag staat tot 1 mei 1952 ter ondertekening open voor alle Staten en dient zo spoedig mogelijk te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging dienen te worden nedergelegd bij de Directeur-Generaal van de FAO, die de datum van nederlegging mededeelt aan elk van de ondertekenende Staten.

2. Zodra dit Verdrag ingevolge het bepaalde in artikel XXII in werking is getreden, kunnen de niet-ondertekenende Staten en de Lidorganisaties van de FAO toetreden. Toetreding geschiedt door nederlegging van een akte van toetreding bij de Directeur-Generaal van de FAO die daarvan mededeling doet aan alle Verdragsluitende Partijen.

3. Wanneer een Lidorganisatie van de FAO een Partij bij dit Verdrag wordt, doet de Lidorganisatie overeenkomstig het bepaalde in artikel II, zevende lid, van het Statuut van de FAO, indien nodig, ten tijde van haar toetreding, mededeling van die wijzigingen of ophelderingen ten aanzien van haar bevoegdheidsverklaring die is ingediend op grond van artikel II, vijfde lid, van het Statuut van de FAO die nodig zijn voor haar aanvaarding van dit Verdrag. Iedere Partij bij dit Verdrag kan, te allen tijde, een Lidorganisatie van de FAO die een Partij bij dit Verdrag is verzoeken om informatie teneinde te achterhalen wie, de Lidorganisatie of de lidstaten daarvan, verantwoordelijk is voor de uitvoering van specifieke aangelegenheden waarop dit Verdrag van toepassing is. De Lidorganisatie verstrekt deze informatie binnen een redelijke termijn.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen