Art. 90 Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van waarborgen met betrekking tot de Nederlandse Antillen in verband met het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens en Aanvullend Protocol I bij het Verdrag tot verbod van kernwapens in Latijns-Amerika (met Protocol I en II)

Kernmateriaal dat aan waarborgen krachtens deze Overeenkomst is of dient te zijn onderworpen en dat internationaal wordt ingevoerd of uitgevoerd, wordt in het kader van deze Overeenkomst onder de verantwoordelijkheden van de Nederlandse Antillen geacht te vallen, in geval van:

(a) invoer in de Nederlandse Antillen vanaf het tijdstip dat deze verantwoordelijkheid niet meer berust bij de Staat waaruit het materiaal wordt uitgevoerd en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt; en

(b) uitvoer uit de Nederlandse Antillen tot het tijdstip waarop de Staat waarin het materiaal wordt ingevoerd de verantwoordelijkheid overneemt en niet later dan het tijdstip waarop het kernmateriaal zijn bestemming heeft bereikt.

Het punt waarop de verantwoordelijkheid overgaat, wordt vastgelegd in overeenstemming met passende regelingen te treffen tussen de betrokken Staten. Noch de Nederlandse Antillen, noch een ander land wordt geacht zodanige verantwoordelijkheid voor kernmateriaal te hebben uitsluitend op grond van het feit dat het kernmateriaal zich in doorvoer op of boven hun grondgebied bevindt, of dat het wordt vervoerd op een schip dat onder hun vlag vaart, dan wel in hun luchtvaartuig.

Vorige artikelen

Volgende artikelen