Art. 11 Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart

Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart

1. De Verdragsluitende Staten verlenen elkander de ruimst mogelijke rechtshulp in elke strafzaak wegens de strafbare feiten. In alle gevallen is op de uitvoering van het verzoek om rechtshulp de wet van de aangezochte Staat van toepassing.

2. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel laat verplichtingen uit hoofde van een ander bilateraal of multilateraal verdrag, dat, geheel of gedeeltelijk, hulp in strafzaken regelt of zal regelen, onverlet.

Vorige artikelen

Volgende artikelen