Art. 31 Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen, Schorsing van Leden

Overeenkomst tot instelling van het Gemeenschappelijk Fonds voor Grondstoffen

1. Behoudens het bepaalde in artikel 34, tweede lid, kan de Raad van Bestuur met een gekwalificeerde meerderheid een Lid schorsen, indien dit Lid nalaat een van zijn financiële verplichtingen jegens het Fonds na te komen. Het aldus geschorste Lid houdt automatisch op Lid te zijn met ingang van één jaar na de datum van de schorsing, tenzij de Raad besluit de schorsing met één jaar te verlengen.

2. Wanneer de Raad van Bestuur zich ervan overtuigd heeft dat het geschorste Lid zijn financiële verplichtingen jegens het Fonds is nagekomen, herstelt de Raad het Lid in ere.

3. Tijdens zijn schorsing is het het Lid niet toegestaan enig recht ingevolge deze Overeenkomst uit te oefenen, behalve het recht van terugtrekking en het recht op arbitrage tijdens de beëindiging van de activiteiten van het Fonds. Het Lid blijft evenwel onderworpen aan de nakoming van alle hem ingevolge deze Overeenkomst opgelegde verplichtingen.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen