Art. V Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, De Raad van de Organisatie
Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
1. De Raad van de Organisatie bestaande uit negenenveertig Leden wordt gekozen door de Vergadering. Elk Lid van de Raad heeft één vertegenwoordiger en ten hoogste één stem. Elk Lid van de Raad kan plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs voor zijn vertegenwoordiger aanwijzen. De Raad kan de voorwaarden vaststellen voor de deelname door plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden en adviseurs aan haar werkzaamheden, maar zij hebben daarbij geen stemrecht, met uitzondering van plaatsvervangende afgevaardigden, toegevoegde afgevaardigden of adviseurs die deelnemen in plaats van een afgevaardigde. Een vertegenwoordiger mag ten hoogste één Lid van de Raad vertegenwoordigen. De ambtstermijn en andere voorwaarden verbonden aan het ambt van Lid van de Raad zijn onderworpen aan door de Vergadering opgestelde regels.
2. De Vergadering benoemt voorts een onafhankelijke voorzitter van de Raad.
3. De Raad heeft de bevoegdheden die de Vergadering aan hem kan delegeren, maar de Vergadering kan niet de bevoegdheden delegeren die zijn vervat in artikel II, tweede, derde en elfde lid, artikel IV, artikel VII, eerste lid, artikel XII, artikel XIII, vierde lid, artikel XIV, eerste en zesde lid, en artikel XX van dit Statuut.
4. De Raad benoemt zijn functionarissen met uitzondering van de voorzitter en neemt onder voorbehoud van beslissingen van de Vergadering zijn eigen reglement van orde aan.
5. Tenzij in dit Statuut of in de door de Vergadering of de Raad opgestelde regels uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt over alle beslissingen van de Raad bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen beslist.
6. Bij de uitvoering van zijn taken wordt de Raad bijgestaan door een programmacommissie, een financiële commissie, een commissie voor constitutionele en juridische aangelegenheden, een commissie voor grondstoffenproblematiek, een commissie voor visserij, een commissie voor bosbouw, een commissie voor landbouw en een commissie voor de wereldwijde voedselzekerheid. Deze commissies rapporteren aan de Raad en op hun samenstelling en mandaat zijn de door de Vergadering aangenomen regels van toepassing.
Verwijst naar
- Artikel XIII Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel IV Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel XII Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel XX Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel XIV Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel II Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel VII Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Vorige artikelen
- Artikel I Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel 1 Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel II Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel III Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel IV Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
Volgende artikelen
- Artikel VI Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel VII Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel VIII Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel IX Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties
- Artikel X Statuut van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties