Art. 36 VN Zeerechtverdrag, Kamers ad hoc

Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (VN Zeerechtverdrag)

1. De Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem vormt een uit drie van haar leden bestaande kamer ad hoc om een bepaald geschil te behandelen dat aan haar is voorgelegd overeenkomstig artikel 188, eerste lid, letter b. De samenstelling van deze kamer wordt vastgesteld door de Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem met de goedkeuring van de partijen.

2. Indien de partijen het niet eens worden over de samenstelling van een kamer ad hoc, benoemt iedere partij bij het geschil een lid en wordt het derde lid door hen benoemd in onderlinge overeenstemming. Indien de partijen het daarover niet eens kunnen worden of indien een van de partijen geen benoeming doet, verricht de Voorzitter van de Kamer inzake geschillen betreffende de zeebodem onverwijld de benoeming of de benoemingen uit de leden ervan, na overleg met de partijen.

3. De leden van een kamer ad hoc mogen niet in dienst zijn of de nationaliteit bezitten van een van de partijen bij het geschil.

Vorige artikelen

Volgende artikelen