Art. 3 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, Algemene verplichtingen
Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
1. Indien de partijen bij een geschil geen overeenstemming bereiken ten aanzien van een Scheidsgerecht overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 van deze Bijlage, zal het Scheidsgerecht bestaan uit drie leden:
.1 een scheidsman benoemd door iedere partij bij het geschil; en
.2 een derde scheidsman die zal worden benoemd bij overeenstemming tussen de eerste twee scheidsmannen en die zal optreden als voorzitter van het Scheidsgerecht.
2. Indien de voorzitter van een Scheidsgerecht niet is benoemd binnen 30 dagen na de benoeming van de tweede scheidsman, leggen de partijen bij het geschil, op verzoek van een partij, aan de Secretaris-Generaal, binnen de daaropvolgende 30 dagen, een overeengekomen lijst van deskundigen voor. Uit deze lijst kiest de Secretaris-Generaal zo spoedig mogelijk de voorzitter. Hij kiest niet een voorzitter die onderdaan is of is geweest van een partij bij het geschil, tenzij met toestemming van de andere partij bij het geschil.
3. Indien een partij bij een geschil niet binnen 60 dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om arbitrage een scheidsman benoemt zoals bedoeld in het eerste lid, onder 1, van dit artikel, kan de andere partij verzoeken dat binnen 30 dagen een overeengekomen lijst van deskundigen wordt voorgelegd aan de Secretaris-Generaal. Uit deze lijst kiest de Secretaris-Generaal zo spoedig mogelijk de voorzitter van het Scheidsgerecht. De voorzitter verzoekt vervolgens de partij die geen scheidsman heeft benoemd, zulks alsnog te doen. Indien deze partij binnen 15 dagen na dit verzoek geen scheidsman heeft aangewezen, zal de Secretaris-Generaal, op verzoek van de voorzitter, de scheidsman aanwijzen uit de deskundigen van de overeengekomen lijst.
4. Bij overlijden, arbeidsongeschiktheid of verzuim van een scheidsman wijst de partij bij het geschil die deze scheidsman had benoemd, binnen 30 dagen een vervanger aan. Indien de partij geen vervanger aanwijst, wordt de arbitrage voortgezet door de overblijvende scheidsmannen. Bij overlijden, arbeidsongeschiktheid of verzuim van de voorzitter wordt binnen 90 dagen een vervanger aangewezen overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid, onder 2, en het tweede lid.
5. Er wordt een lijst met scheidsmannen bijgehouden door de Secretaris-Generaal, bestaande uit door de verdragsluitende partijen aangewezen deskundigen. Iedere verdragsluitende partij kan voor opname op de lijst vier deskundigen aanwijzen die geen onderdaan van die verdragsluitende partij behoeven te zijn. Indien de partijen bij het geschil niet binnen de vastgestelde termijn aan de Secretaris-Generaal een in het tweede, derde en vierde lid bedoelde overeengekomen lijst van deskundigen hebben voorgelegd, kiest de Secretaris-Generaal uit de door hem bijgehouden lijst de nog niet aangewezen scheidsman of scheidsmannen.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 27 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 28 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 29 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 1 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 2 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
Volgende artikelen
- Artikel 4 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 5 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 6 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 7 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 8 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972