Art. 11 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972, Procedures voor naleving
Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
1. Uiterlijk twee jaar na de inwerkingtreding van dit Protocol, stelt de Vergadering van de verdragsluitende partijen de procedures en mechanismen vast voor de evaluatie en bevordering van de naleving van dit Protocol. Deze procedures en mechanismen worden zodanig opgezet dat een volledige en openlijke, constructieve uitwisseling van informatie wordt bevorderd.
2. Na volledige bestudering van de informatie die ingevolge dit Protocol aan haar wordt voorgelegd en van alle aanbevelingen die door middel van de krachtens het eerste lid ingestelde procedures en mechanismen aan haar worden gedaan, kan de Vergadering van verdragsluitende partijen aan de verdragsluitende partijen en aan niet-verdragsluitende partijen advies uitbrengen en bijstand of samenwerking aanbieden.
Vorige artikelen
Volgende artikelen
- Artikel 12 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 13 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 14 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 15 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972
- Artikel 16 Protocol van 1996 bij het Verdrag inzake de voorkoming van verontreiniging van de zee ten gevolge van het storten van afval en andere stoffen van 1972