Art. 31 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken, Toetreding
Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
1. Iedere niet-lidstaat die tot het Verdrag is toegetreden, kan tot dit Protocol toetreden nadat het in werking is getreden.
2. Deze toetreding geschiedt door nederlegging bij de Secretaris-Generaal van Raad van Europa van een akte van toetreding.
3. Ten aanzien van iedere toetredende Staat treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een tijdvak van drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte van toetreding.
Artikelen die hiernaar verwijzen
Vorige artikelen
- Artikel 26 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 27 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 28 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 29 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 30 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
Volgende artikelen
- Artikel 32 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 33 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 34 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken
- Artikel 35 Tweede aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken