Art. 6 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, HET BENELUX COMITÉ VAN MINISTERS
Verdrag tot instelling van de Benelux Unie
1. De Benelux Unie geniet op het grondgebied van ieder der Hoge Verdragsluitende Partijen dezelfde rechtsbevoegdheid als aan nationale rechtspersonen wordt toegekend, voor zover deze nodig is voor het uitoefenen van haar taak en voor het bereiken van haar doeleinden; in het bijzonder kan zij onroerende en roerende goederen verwerven en vervreemden alsmede in rechte optreden. De Benelux Unie wordt hiertoe door de Secretaris-generaal vertegenwoordigd.
2. Ingeval van een competentiegeschil tussen de rechtsprekende organen van de Hoge Verdragsluitende Partijen ter zake van een geschil waarbij de Benelux Unie als partij optreedt, is het gerecht van de staat waar de Benelux Unie haar zetel heeft bij uitsluiting bevoegd.
Artikelen die hiernaar verwijzen
- Artikel 23 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie
- Artikel 62 Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake politiesamenwerking
- Artikel 32 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie
- Artikel 19 Benelux-Verdrag ter verbetering en versterking van de grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van de bestrijding van de sociale fraude en onjuistheden in de sociale zekerheid, de bescherming van de gezondheid en de veiligheid op het werk en van fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden
- Artikel 36 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie
- Artikel 26 Verdrag tot instelling van de Benelux Unie