Art. 22 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof, Overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is
Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
1. Aan de overige personen wier aanwezigheid op de zetel van Hof vereist is worden, voor zover nodig voor hun aanwezigheid op de zetel van het Hof, met inbegrip van de tijd besteed aan reizen in verband met hun aanwezigheid, de in artikel 20, eerste lid, onder a tot en met d van dit Verdrag bedoelde voorrechten, immuniteiten en faciliteiten toegekend, mits het in het tweede lid van dit artikel bedoelde document wordt overgelegd.
2. Aan de overige personen wier aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is, wordt door het Hof een document uitgereikt waaruit blijkt dat hun aanwezigheid op de zetel van het Hof vereist is en waarin het tijdsbestek wordt vermeld gedurende welk deze aanwezigheid nodig is.
Vorige artikelen
- Artikel 17 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 18 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 19 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 20 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 21 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
Volgende artikelen
- Artikel 23 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 24 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 25 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 26 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof
- Artikel 27 Verdrag betreffende de privileges en immuniteiten van het Internationaal Strafhof