Art. 5 Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa, WETTELIJKE BESCHERMINGSPROCEDURES

Overeenkomst inzake het behoud van het architectonische erfgoed van Europa

Iedere Partij verplicht zich ertoe de verplaatsing van een beschermd monument of van een deel daarvan te verbieden, behalve indien zulks dringend is vereist voor het behoud van dit monument. In dat geval neemt de bevoegde autoriteit de nodige voorzorgsmaatregelen betreffende het demonteren, het overbrengen en het herbouwen van het monument op een geschikte plaats.

Vorige artikelen

Volgende artikelen