Art. 8 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven, Grondbeginselen
Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
1. De schadeloosstelling kan worden verminderd of geweigerd op grond van het gedrag van het slachtoffer of de verzoeker vóór, tijdens of na het misdrijf, dan wel met betrekking tot het letsel of het overlijden.
2. De schadeloosstelling kan eveneens worden verminderd of geweigerd op grond van het feit dat het slachtoffer of de verzoeker betrokken is bij georganiseerde misdaad of lid is van een organisatie die zich bezighoudt met het plegen van geweldmisdrijven.
3. De schadeloosstelling kan eveneens worden verminderd of geweigerd indien toekenning - al dan niet volledig - in strijd zou zijn met het rechtsgevoel of met de openbare orde („ordre public").
Vorige artikelen
- Artikel 3 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 4 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 5 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 6 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 7 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
Volgende artikelen
- Artikel 9 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 10 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 11 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 12 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven
- Artikel 13 Europees Verdrag inzake de schadeloosstelling van slachtoffers van geweldmisdrijven