Art. 10 Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen
Overeenkomst betreffende zeelieden-vluchtelingen
Geen zeeman-vluchteling zal, voorzover het in het vermogen van een Overeenkomstsluitende Partij ligt, worden gedwongen aan boord van een schip te blijven dat tot bestemming heeft een haven of zal varen door wateren waar hij op goede gronden kan vrezen te worden vervolgd wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging.