Art. 6 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, CENTRALE AUTORITEITEN
Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Iedere Verdragsluitende Staat wijst een centrale autoriteit aan die de verplichtingen dient na te komen, die hem door het Verdrag zijn opgelegd.
Een federale Staat, een Staat waarin verschillende rechtsstelsels van kracht zijn, of een Staat die zelfstandige territoriale organisaties heeft, is vrij meer dan één centrale autoriteit aan te wijzen en de territoriale omvang van de bevoegdheden van elk van deze autoriteiten te omschrijven. De Staat die van deze mogelijkheid gebruik maakt, wijst de centrale autoriteit aan, waaraan de verzoeken kunnen worden gericht ten einde te worden doorgegeven aan de bevoegde centrale autoriteit binnen deze Staat.
Vorige artikelen
- Artikel 1 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 2 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 3 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 4 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 5 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
Volgende artikelen
- Artikel 7 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 8 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 9 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 10 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen
- Artikel 11 Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen