Art. 3.1 BVIE, Wijzigingen in het register
Benelux-verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen) (BVIE)
1. Ieder verzoek tot wijziging van registergegevens met betrekking tot een Benelux-aanvraag of -inschrijving dient aan het Bureau te worden gericht onder vermelding van het nummer van de inschrijving, de naam en het adres van de houder van het recht, zijn handtekening of die van zijn gemachtigde en, in voorkomend geval, naam en adres van de gemachtigde of het correspondentieadres bedoeld in regel 3.6. In voorkomend geval dient het verzoek van een bewijsstuk te zijn vergezeld.
2. Indien een zodanig verzoek de inschrijving betreft van een meervoudig depot van tekeningen of modellen maar geen betrekking heeft op alle tekeningen of modellen hierin, dient het de nummers te vermelden van de tekeningen of modellen waarom het gaat. Indien de overdracht of overgang het uitsluitend recht betreft op een of meer tekeningen of modellen die deel uitmaken van een meervoudig depot, wordt dit deel van het depot voortaan beschouwd als een zelfstandig depot.
3. De doorhaling van de inschrijving van een zakelijk recht of gedwongen tenuitvoerlegging wordt verricht op basis van een bewijsstuk.
4. Er kan worden volstaan met het overleggen van een kopie van de akte waaruit overdracht, andere overgang, licentie of een zakelijk recht, als bedoeld in de artikelen 2.32bis en 3.27 BVIE, blijkt. Indien het Bureau gerede twijfel heeft over de juistheid van de verzochte wijziging kan het Bureau nadere informatie verzoeken, waaronder de indiening van originele stukken of gewaarmerkte kopieën daarvan.
5. Indien bij een verzoek als bedoeld in deze regel niet is voldaan aan het in dit reglement bepaalde of indien de verschuldigde taksen of vergoedingen niet of niet volledig zijn betaald, stelt het Bureau de betrokkene hiervan onverwijld in kennis. Onverminderd het bepaalde in regel 1.15, lid 5, geeft het hem een termijn van minimaal een maand om de gebreken alsnog op te heffen. Deze termijn kan ambtshalve en zal op verzoek worden verlengd, zonder dat een tijdvak van zes maanden na de datum van verzending van de eerste kennisgeving wordt overschreden. Indien binnen de gestelde termijn niet is voldaan aan de gestelde vereisten worden de ontvangen stukken verder buiten behandeling gelaten.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 25 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:1036
- Rb. Den Haag 10 februari 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:973
- Hof Leeuwarden 10 januari 2012, ECLI:NL:GHLEE:2012:BV0720
- Rb. Den Haag 18 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12217
- Hof Den Haag 20 februari 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:232
- Rb. Zeeland-West-Brabant 7 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:521
- Rb. Oost-Brabant 12 april 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:1703
- Rb. Oost-Brabant 13 juli 2020, ECLI:NL:RBOBR:2020:3525
- Rb. Gelderland 30 oktober 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:7548
- Rb. Den Haag 16 februari 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:1216
- Rb. Den Haag 24 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:1831
- Rb. Breda 23 februari 2011, ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ1347
- Conclusie A-G Hammerstein 28 juni 2013, ECLI:NL:PHR:2013:60
- Hof 's-Gravenhage 22 december 2009, ECLI:NL:GHSGR:2009:BL2812
- Hof Arnhem-Leeuwarden 18 november 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7442
- Hof Arnhem-Leeuwarden 23 november 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:10837