Art. II Verdrag van Athene

Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (Verdrag van Athene)

1. Onverminderd de hiernavolgende bepalingen is de onder I bedoelde procedure mutatis mutandis van toepassing op de ontwerpen van gemeenschappelijke strategieën van de Raad in de zin van artikel 13, de ontwerpen van gemeenschappelijke optredens van de Raad in de zin van artikel 14 en de ontwerpen van gemeenschappelijke standpunten van de Raad in de zin van artikel 15 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

2. Het staat aan de voorzitter deze ontwerpen onder de aandacht van de toetredende staten te brengen wanneer het voorstel of de mededeling afkomstig is van een lidstaat.

3. Behoudens een met redenen omkleed bezwaar van een toetredende staat mag overleg plaatsvinden in de vorm van een uitwisseling van berichten langs elektronische weg.

4. Indien overleg plaatsvindt in het Interimcomité, kunnen de leden van dat Comité die lid zijn van de Unie, waar passend, bestaan uit de leden van het Politiek en Veiligheidscomité.

Verwijst naar

Vorige artikelen

Volgende artikelen