Art. 29 Verdrag van Athene, OVERGANGSMAATREGELEN
Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (Verdrag van Athene)
De Gemeenschap stort op de eerste werkdag van elke maand aan Tsjechië, Cyprus, Malta en Slovenië, uit hoofde van de uitgaven van de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen, één achtste in 2004 vanaf de datum van toetreding en één twaalfde in 2005 en 2006 van de volgende bedragen bij wijze van tijdelijke begrotingscompensatie:
2004
2005
2006
(miljoen euro – prijzen van 1999)
Tsjechië
125,4
178,0
85,1
Cyprus
68,9
119,2
112,3
Malta
37,8
65,6
62,9
Slovenië
29,5
66,4
35,5