Art. 325 VWEU, FRAUDEBESTRIJDING
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)
1. De Unie en de lidstaten bestrijden fraude en alle andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, met overeenkomstig dit artikel te nemen maatregelen die afschrikkend moeten werken en in de lidstaten, alsmede in de instellingen, organen en instanties van de Unie, een doeltreffende bescherming moeten bieden.
2. De lidstaten nemen ter bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, dezelfde maatregelen als die welke zij treffen ter bestrijding van fraude waardoor hun eigen financiële belangen worden geschaad.
3. Onverminderd de andere bepalingen van de Verdragen coördineren de lidstaten hun optreden om de financiële belangen van de Unie tegen fraude te beschermen. Zij organiseren daartoe samen met de Commissie een nauwe en geregelde samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten.
4. Het Europees Parlement en de Raad nemen volgens de gewone wetgevingsprocedure, na raadpleging van de Rekenkamer, de nodige maatregelen aan op het gebied van de preventie en bestrijding van fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad, om in de lidstaten alsmede in de instellingen, de organen en de instanties van de Unie een doeltreffende en gelijkwaardige bescherming te bieden.
5. De Commissie brengt in samenwerking met de lidstaten jaarlijks aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de ter uitvoering van dit artikel genomen maatregelen.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 6 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1371
- Conclusie A-G Wattel 24 november 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1076
- Conclusie A-G Harteveld 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:8
- Conclusie A-G Niessen 2 augustus 2018, ECLI:NL:PHR:2018:839
- Conclusie A-G Niessen 2 augustus 2018, ECLI:NL:PHR:2018:840
- Conclusie A-G Ettema 1 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:28
- Conclusie A-G van Hilten 30 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:362
- ABRvS 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5985
- Conclusie A-G van Hilten 30 maart 2015, ECLI:NL:PHR:2015:363
- Conclusie A-G IJzerman 9 juli 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1634
- Rb. Den Haag 5 september 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10224
- Conclusie A-G Wattel 26 april 2024, ECLI:NL:PHR:2024:457
- Conclusie A-G Ettema 29 december 2023, ECLI:NL:PHR:2023:1219
- Conclusie A-G Vegter 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:882
- Conclusie A-G Vegter 4 juni 2019, ECLI:NL:PHR:2019:880
- Conclusie A-G IJzerman 25 september 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1056
- Conclusie A-G Harteveld 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:9
- Conclusie A-G Harteveld 20 januari 2015, ECLI:NL:PHR:2015:10