Art. 6 Verdrag inzake nucleaire veiligheid, Bestaande kerninstallaties

Verdrag inzake nucleaire veiligheid

Elke Verdragsluitende Partij neemt passende maatregelen om te waarborgen dat de veiligheid van kerninstallaties die bestaan op het tijdstip waarop dit Verdrag voor die Verdragsluitende Partij in werking treedt, zo spoedig mogelijk wordt getoetst. Wanneer zulks in het kader van dit Verdrag noodzakelijk is, draagt de Verdragsluitende Partij er zorg voor dat alle redelijkerwijs uitvoerbare verbeteringen zo snel mogelijk worden aangebracht ter vergroting van de veiligheid van de kerninstallatie. Indien bedoelde vergroting van de veiligheid niet kan worden verwezenlijkt, dienen plannen te worden uitgevoerd gericht op sluiting van de kerninstallatie zodra zulks praktisch mogelijk is. Bij de bepaling van het tijdstip van sluiting kan rekening worden gehouden met de gehele energiecontext en mogelijke alternatieven, alsmede met de sociale en economische gevolgen en de milieu-effecten.

Vorige artikelen

Volgende artikelen