Art. 20 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie, Voorbehouden
Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
1. Elke Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding verklaren dat artikel 2, vierde lid, niet van toepassing is op zijn betrekkingen op het gebied van coprodukties met één of meer Partijen. Bovendien kan hij zich het recht voorbehouden een maximale deelneming vast te stellen die afwijkt van de in artikel 9, eerste lid, letter a, bepaalde. Er kan geen enkel ander voorbehoud worden gemaakt.
2. Elke Partij die ingevolge het voorgaande lid een voorbehoud heeft gemaakt, kan dit geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa. De intrekking wordt van kracht op de datum van ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Vorige artikelen
- Artikel 15 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
- Artikel 16 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
- Artikel 17 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
- Artikel 18 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie
- Artikel 19 Europees Verdrag inzake cinematografische coproduktie