Art. XXII WTO, Overleg

Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (WTO)

1. Elk Lid neemt de eventuele opmerkingen van een ander Lid over aangelegenheden in verband met de uitvoering van deze Overeenkomst in welwillende overweging en biedt voldoende gelegenheid voor overleg. Het Memorandum van Overeenstemming inzake de Beslechting van Geschillen (DSU) is op dit overleg van toepassing.

2. De Raad voor de Handel in Diensten of het Orgaan voor Geschillenbeslechting (DSB) kan op verzoek van een Lid in overleg treden met een of meer Leden over kwesties waarvoor bij het in lid 1 bedoelde overleg geen bevredigende oplossing kon worden gevonden.

3. Een Lid mag op grond van dit artikel of op grond van artikel XXIII geen beroep doen op artikel XVII ten aanzien van een maatregel van een ander Lid die onder het toepassingsgebied van een internationale overeenkomst valt die tussen hen is gesloten betreffende de vermijding van dubbele belastingheffing. In geval van onenigheid tussen Leden over de vraag of een maatregel onder het toepassingsgebied van een dergelijke overeenkomst valt, kan elk van beide Leden deze kwestie voor de Raad voor de Handel in Diensten brengen1)Wat betreft de overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing die op de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst reeds bestaan, kan een dergelijke kwestie alleen met instemming van beide Partijen bij die Overeenkomst voor de Raad voor de Handel in Diensten worden gebracht., die de kwestie aan arbitrage onderwerpt. De beslissing van de arbiter is definitief en bindend voor de Leden.

Vorige artikelen

Volgende artikelen