Art. 19 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen, Verzoeken om tenuitvoerlegging
Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
1. Behoudens de bepalingen van het tweede lid van dit artikel wordt geen vertaling van verzoeken en bijlagen geëist.
2. Een Verdragsluitende Staat kan zich bij de ondertekening of bij nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, door middel van een verklaring, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa, het recht voorbehouden, te verlangen dat aan hem gerichte verzoeken en bijlagen vergezeld gaan van een vertaling in zijn eigen taal of in een van de officiële talen van de Raad van Europa, of in een van die talen, zoals door hem aan te wijzen. De andere Staten kunnen het beginsel van wederkerigheid toepassen.
3. Dit artikel laat onverlet de bepalingen met betrekking tot de vertaling van verzoeken en bijlagen, vervat in thans van kracht zijnde of alsnog te sluiten overeenkomsten of regelingen tussen twee of meer Verdragsluitende Staten.
Vorige artikelen
- Artikel 14 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 15 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 16 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 17 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 18 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
Volgende artikelen
- Artikel 20 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 21 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 22 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 23 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen
- Artikel 24 Europees Verdrag inzake de internationale geldigheid van strafvonnissen